top of page

Een laatste gesprek.

- een kortverhaal -


De tafel was te groot voor 2. Er was teveel plaats tussen hen. Maar goed ook. Ze vond het ongemakkelijk om dicht naast hem te zitten. En hij vond dat ook. Want telkens als ze te dichtbij kwam, wist hij niet goed wat zeggen. Maar nu hadden ze een moment gevonden om samen aan deze veel te grote tafel te zitten.

Het was net na de middag en ze hadden elk wat gegeten. Apart. Hij achter zijn krant en zij voor tv. Hij leek oud zo van ver. Aan de andere kant van de lange glazen tafel. Ze kon zijn handen niet zien, die had hij veilig opgeborgen in zijn schoot. Nochtans had hij best mooie handen vond ze. Ze leken wat op die van haar. Met verf van zijn schilderijen onder zijn nagels. Handen waar hij allebei tegelijk kon mee tekenen. Dat typeerde hem. Het uiterste uit het leven halen. En geen geduld voor minder dan dat. Een stuk van zijn genen dat ook door haar aderen stroomt.

Ze had zoveel vragen voor hem en ze was opgelucht dat hij eindelijk tijd maakte voor haar. Want dat hoort een vader te doen vond ze. Zijn wijsheid aan haar doorgeven. Haar de weg wijzen tussen de obstakels die het leven voorschotelt. Het leek soms alsof hij zichzelf niet slim genoeg vond om dat te doen. Of misschien dacht hij er net zo over als Charles Bukowski. Die vindt dat tristesse het gevolg is van intelligentie. Hoe beter je de dingen begrijpt, hoe harder je wenst dat je ze niet begreep. Misschien wou hij haar dus al die tijd gewoon de tristesse besparen. Wat ze dan plots erg liefdevol vond. Misschien vond hij dat naïviteit haar in leven zou houden en dat teveel wijsheid een einde zou maken aan datzelfde leven.


Maar nu heeft hij beloofd om al haar vragen te beantwoorden en haar niet langer in het ongewisse te laten. Hij is eindelijk bereid om haar te vertellen over het leven en haar te helpen het beter te begrijpen. Want zij heeft nood aan informatie om te kunnen bestaan. En om dat bestaan te kunnen verstaan. En het vervolgens te controleren. Ze heeft het altijd wel wat jammer gevonden dat ze die drang heeft. Want mensen die geen drang hebben om te weten, zijn volgens haar zeker niet minder intelligent zoals Bukowski misschien denkt, integendeel, die aanvaarden wat is en dàt is pas intelligentie.

Ze stelt hem vragen en hij beantwoordt ze één voor één. Ze is stil en slaat haar ogen neer. Het is hard te horen wat hij zegt. Het lijkt alsof hij haar werkelijkheid in haar oor fluistert. Loeihard. Maar ze weet dat het belangrijk is om het te horen zodat ze de tweede helft van haar leven kan leven. Hij praat rustig en neemt af en toe een pauze om zijn woorden te wegen en ze vervolgens aan haar te geven. Zijn handen liggen ondertussen op de tafel. De ene hand op de andere. Zijn trouwring spant rond zijn vinger. Lijkt zelfs vergroeid in zijn huid. Ze kijken kort in mekaars ogen en ze ziet heel even de diepe ongelukkigheid terug die ze al zo vaak zag. En ook de schaamte. Hij heeft altijd maar het topje van zijn bestaan aan haar laten zien. Ze kon alleen maar raden naar de oneindigheid van de genialiteit die eronder zat. De oneindigheid van gevoel waar hij in verdronk en van alles dat hij opsloeg in zijn hart en niet naar buiten liet komen. En op dit moment, aan deze eindeloze koude glazen tafel, staat hij heel even toe dat ze in zijn diepte kijkt. Ook al is er nadien geen weg meer terug.


Hij zegt haar dat ze hetzelfde hart heeft als hem. Op elk vlak. En ook al is dat niet helemaal goed toch is ze blij dat ze op die manier een stukje van hem is, dat ze hetzelfde hart delen. Ze weet dat ze hem zo met zich meedraagt. En voor altijd een kind van haar vader zal zijn.

Het is al laat. De middagzon maakte plaats voor avondschemering en het wordt kil in huis. Alles wat ze wou weten, heeft hij haar verteld. Ze weet dat hij nu moet vertrekken. En nooit meer kan terugkomen. Dat is het gevolg van de waarheid. Van de wijsheid die hij koos om te delen en waar zij naar vroeg. Hij liet alles uit zijn hart naar buiten zodat zij kon zien wat de werkelijkheid was. En daarom moet hij nu gaan. Omdat geen enkel hart het aankan om zich nadien terug te sluiten en weer verder te gaan. Een hart dat haar deuren openzet en de waarheid vertelt, stopt. Voor altijd. Ook dat van hem.

Hij staat recht en duwt de stoel van zich weg. Dat geluid blijft vanaf hier voor altijd bij haar. Het geluid van zijn vertrek. Hij steunt met zijn hand op de tafel. De gouden ring tikt tegen het glas en nog een laatste keer kijkt ze naar de verf onder zijn nagels. Geen woorden meer. Enkel een laatste knik. Geen afscheid en geen kus. Hij draait zich om en vertrekt. Niets zal ooit nog hetzelfde zijn.


H.P.


20 weergaven0 opmerkingen

Recente blogposts

Alles weergeven
bottom of page